bel redactie 053-5725205

DAP Haaksbergen wil onderzoek op non-actiefstelling gemeenteambtenaren

Gepubliceerd op: 18/09/2017

DAP Haaksbergen wil onderzoek op non-actiefstelling gemeenteambtenaren

DAP (Dé Actieve Partij) Haaksbergen heeft maandagmiddag 18 september tijdens een Persbijeenkomst aangedrongen op een nader onderzoek door de gemeenteraad naar de stand van zaken met betrekking tot de casussen ‘de non-actiefstelling van de senior medewerker P & O’ en ‘de non-actiefstelling van de medewerkers van de afdeling Sociale Zaken’.

Toenmalig wethouder Van Vlaanderen kon zich, aldus de DAP, niet vinden in de handelswijze van de gemeentesecretaris om de senior medewerker P & O met onmiddellijk ingang van haar werkzaamheden te ontheffen, met behoud dus van volledige bezoldiging, zonder enige onderbouwing in de vorm van een persoonlijk dossier.

De DAP concludeert dat de zaak van de gemeente tegen deze medewerkers aan alle kanten rammelde en rammelt. Dat heeft er ondermeer toe geleid dat er al minimaal € 776.000 aan kosten zijn gemaakt in beide casussen. Daarbij komen kosten van ruim 9 ton voor de nodige herstelacties. Op basis van haar onderzoek kan volgens de DAP worden geconcludeerd dat het niet beperkt zal blijven tot de minimale totale kosten van nu al € 1,7 miljoen die nu al voor beide casussen zijn gemaakt, maar dat dit bedrag nog wel eens veel hoger uit zou kunnen gaan komen onmdat tot op heden namelijk nog niets in de situatie gewijzigd is.

De DAP baseert haar onderzoek ondermeer op een second opinion onderzoek, dat op verzoek van de voormalige wethouder P & O (Van Vlaanderen) door KienuisHoving opgesteld is op 13 januari 017. Tijdens zijn toespraak in de gemeenteraad op 9 februari werd door de voormalig wethouder P & O aan deze second opinion gerefereerd. Het college heeft, zoals volgens de DAP blijkt uit de reactie van de voormalig wethouder P&O, de second opinion niet inhoudelijk in het college willen behandelen.

De DAP stelt dat haar onderzoek een deel van de structurele problematiek in de ambtelijke organisatie van de gemeente Haaksbergen heeft blootgelegd. Dit sluit volgens de DAP aan bij de constateringen die de rekenkamer Haaksbergen in 2014 heeft gedaan in haar rapport ‘Ritmestoornissen in de Haaksbergse gemeentelijke organisatie'. De Rekenkamer heeft toen geconstateerd dat er in de gemeente Haaksbergen sprake is van een angst- en afrekencultuur. Deze constateringen zijn volgens de DAP ook in 2017 nog steeds van toepassing.

Op basis van dit onderzoek wil de fractie van de DAP een initiatiefvoorstel voorleggen aan de raad om op zorgvuldige en transparante wijze onderzoek te doen naar de procesgang met betrekking tot de non-actief stelling van de medewerker P & O en de medewerkers van de afdeling Sociale Zaken. Belangrijk is om inzichtelijk te krijgen welke feitelijke gebeurtenissen er hebben plaatsgevonden. Wanneer welke besluiten zijn genomen, door wie en wanneer en wie er op de hoogte was van de te maken kosten?

TEKST PERSBERICHT DE ACTIEVE PARTIJ HAAKSBERGEN 18-9-2017

Geachte dames en heren,

1. Introductie
Allereerst wil ik u allen hartelijk welkom heten. Om meteen concreet te worden; tijdens deze persbijeenkomst zullen wij u informeren over onze bevindingen met betrekking tot de stand van zaken omtrent de casussen ‘de non-actiefstelling van de senior medewerker P & O’ en ‘de non-actiefstelling van de medewerkers van de afdeling Sociale Zaken’. In het geval van de medewerkers van de afdeling Sociale Zaken is er sprake van strafontslag. Mocht u vragen hebben naar aanleiding van de presentatie van dit onderzoek, dan stel ik u voor om deze vragen na afloop van onze inleiding, die ik u voorlees, te stellen. Tevens zullen wij u na afloop van deze persbijeenkomst voorzien van de uitgesproken tekst en een aantal relevante documenten.

Zoals u allen bekend is, was er februari jongstleden sprake van een bestuurscrisis in Haaksbergen. De belangrijkste reden voor de bestuurscrisis was een verschil van inzicht binnen het college over de actie van de gemeentesecretaris om een senior medewerker P & O met onmiddellijke ingang op 23 november 2016 van haar werkzaamheden te ontheffen, echter wel met behoud van volledige bezoldiging. Toenmalig wethouder Van Vlaanderen kon zich niet vinden in de handelswijze van de gemeentesecretaris om de senior medewerker P & O met onmiddellijk ingang van haar werkzaamheden te ontheffen, met behoud dus van volledige bezoldiging, zonder enige onderbouwing in de vorm van een persoonlijk dossier. De overige collegeleden hebben zich uiteindelijk achter het standpunt van de gemeentesecretaris geschaard en zich van het standpunt van toenmalig wethouder Van Vlaanderen afgekeerd. Tijdens het debat op 9 februari 2017 in de gemeenteraad heeft onze fractie - toen nog acterend onder de naam Rouwenhorst-Costeris – een motie ingediend met de oproep tot een raadsonderzoek naar de gang van zaken rondom de non-actiefstelling van de senior medewerker P & O. Het houden van een raadsonderzoek werd ook bepleit door de toenmalig wethouder P & O. Als raadsleden konden wij het ons niet voorstellen dat hij dit zonder dringende reden aan de gemeenteraad zou voorstellen. Doel van onze oproep tot een raadsonderzoek was om op transparante wijze de feitelijke gebeurtenissen in kaart te brengen, om de toedracht van de bestuurscrisis helder en transparant inzichtelijk te krijgen en om verdere kosten voor de maatschappij te vermijden. Helaas werd het voorstel tot een raadsonderzoek verworpen door de overige raadsfracties en wethouder Van Vlaanderen werd met een motie van wantrouwen naar huis gestuurd. De volgende situatie was toen ontstaan: een bestuurder is weggestuurd, maar het feitelijke probleem is blijven liggen. Sterker nog, het probleem is alleen maar groter geworden in het afgelopen halfjaar.

Ondanks dat onze motie met de oproep tot het uitvoeren van een raadsonderzoek werd verworpen door de overige raadsfracties, hebben wij als nieuwe fractie de afgelopen maanden niet stilgezeten. Wij hebben dan ook diverse vragen gesteld. Verder hebben wij, onder meer op basis van diverse signalen en informatiebronnen, besloten om zelfstandig een onderzoek uit te voeren naar de procesgang met betrekking tot het ontslag van de senior medewerker P & O.
Daarnaast hebben wij als fractie diverse vragen gesteld over de stand van zaken met betrekking tot de op non-actief gestelde medewerkers van de afdeling Sociale Zaken. Ook met betrekking tot deze casus kan op basis van diverse signalen en informatiebronnen de conclusie worden getrokken dat een nader onderzoek door de gemeenteraad gerechtvaardigd is. Wij zullen nu achtereenvolgens de bevindingen met betrekking tot beide casussen aan u voorleggen.

2. Casus non-actiefstelling senior medewerker P & O
Kort na de raadsvergadering over de bestuurscrisis bereikten ons diverse signalen rondom deze casus. DAP Haaksbergen heeft vragen gesteld in de commissie over deze casus en heeft naar aanleiding van de ontvangen signalen besloten om zelfstandig onderzoek uit te voeren. Onze vragen in de commissie over de stand van zaken met betrekking tot de casussen; ‘de non-actiefstelling van de senior medewerker P & O’ en ‘de non-actiefstelling van de medewerkers van de afdeling Sociale Zaken’ werden niet beantwoord en ontweken door de verantwoordelijk wethouder P & O, mevrouw Van Spiegel. Maar dat bleek nog maar slechts een teken aan de wand.

Sinds februari 2017 is de raad niet meer geïnformeerd over de stand van zaken, juridische procedures en de te maken kosten met betrekking tot beide casussen. Zo werd de gemeenteraad niet geïnformeerd over de uitspraak van de rechtbank in mei 2017, waarin wordt geconstateerd door de rechter dat de gemeente niet over een personeelsdossier beschikte en de senior-medewerker P & O niet zomaar op non-actief had mogen stellen. Tevens constateerde de rechter dat de gemeente stukken heeft overlegd over het functioneren van de senior-medewerkster P & O, die achteraf, in mei 2017, zijn opgemaakt. Daarnaast werd de gemeente veroordeeld tot een dwangsom voor iedere dag dat zij in gebreke zou blijven om de senior medewerker P & O weer terug te nemen. Uit ons onderzoek blijkt dat de gemeente geen actie heeft ondernomen binnen de door de rechter opgelegde termijn en de dwangsom volledig heeft laten oplopen. Vanuit bronnen binnen het gemeentehuis hebben wij vernomen dat de senior medewerkster pas op 28 augustus is toegelaten tot de organisatie, maar nog steeds niet conform de voorwaarden zoals opgedragen in de uitspraak van de rechtbank. Ook heeft de rechter een andere dwangsom opgelegd aan de gemeente met betrekking tot het besluiten op bezwaar. Hier heeft de gemeente wederom verzaakt om tijdig, dus binnen de opgelegde termijn, te besluiten en daardoor is de dwangsom ook in dit geval opgelopen tot het maximum.

Eerste vragen die hieruit voortvloeien: hoe kan het dat vanuit de gemeente stukken achteraf worden opgemaakt en deze ter zitting worden aangeleverd? En in hoeverre is hier sprake van correcte of valse verklaringen? Waarom heeft het college niet tijdig actie ondernomen waardoor beide dwangsommen tot het maximum zijn opgelopen? Een ander voorbeeld wat de nodige vragen oproept is dat er onder punt 6 in het verweerschrift van KienhuisHoving namens de gemeente van 5 mei 2017 gesuggereerd wordt dat er op 23 november 2016 door het college een besluit is genomen. Dit blijkt echter niet het geval te zijn. Er is op 23 november 2016 geen collegevergadering geweest en er is op 23 november 2016 geen besluit terzake genomen door het college. Dergelijke informatieverstrekking vanuit de gemeente zou door juristen kunnen worden gekwalificeerd als meineed.

Tijdens ons onderzoek hebben wij in het kader van zorgvuldigheid contact gehad met diverse betrokken partijen en hebben wij gebruik gemaakt van diverse documenten. Met name de second opinion heeft voor interessante inzichten gezorgd. Samen met een aantal andere stukken zullen wij de second opinion aan u overhandigen. De second opinion is op verzoek van de voormalige wethouder P & O (Van Vlaanderen) door KienuisHoving opgesteld op 13 januari 017. Tijdens zijn toespraak in de gemeenteraad op 9 februari werd door de voormalig wethouder P & O aan deze second opinion gerefereerd. Het college heeft, zoals blijkt uit de reactie van de voormalig wethouder P&O de second opinion niet inhoudelijk in het college willen behandelen. Het is ons onduidelijk waarom de overige leden van het college deze second opinion niet wilden behandelen. Dit is ook een punt wat nadrukkelijk om onderzoek vraagt. Wat we wel weten is dat de second opinion in ieder geval niet is behandeld en dat door de overige leden van het college een risico is aangegaan waardoor de gemeente Haaksbergen in een nadelige positie is gebracht met de nodige juridische procedures en kosten tot gevolg. In de bijgevoegde second opinion wordt namelijk al gewaarschuwd door KienhuisHoving dat de gemeente deze zaak zou gaan verliezen, tevens blijkt ook uit de second opinion dat de ambtelijke organisatie zelfstandig haar gang heeft kunnen gaan en dat de meerderheid van het college dit blijkbaar heeft geaccepteerd. Tot op heden is het nog steeds onduidelijk waarom het college de second opinion naast zich neer heeft gelegd en er bewust voor gekozen heeft om dit juridische traject in te gaan. Al met al zijn door de non-actiefstelling van de senior medewerker P & O al minimaal de volgende kosten gemaakt:

Dwangsom € 50.000
Te laat besluiten op beslissing op bezwaar € 25.000
Doorbetaling salaris medewerker p & o zonder verrichting van activiteiten € 65.000
Proceskosten € 1.000

Voorlopige totale kosten € 141.000

Al met al zijn er dus al € 141.000 aan kosten gemaakt. Het betreft hier minimale kosten; naar verwachting zal het bedrag nog verder gaan oplopen. Dit bedrag is nog exclusief juridische kosten voor de gemeente, juridische kosten die zullen worden gedeclareerd bij de gemeente en andere mogelijke kosten. Tot op heden is de raad door het college niet geïnformeerd over de uitspraak, de actuele stand van zaken omtrent de casus en niet over de minimale kosten. Deze kosten betreffen alleen nog maar de minimale kosten voor het op non-actief stellen van de senior medewerker P & O. Tot zover voor nu de casus over de op non-actief stelling van de senior medewerker P & O.

3. Casus non-actiefstelling medewerkers Sociale Zaken
De tweede casus betreft de non-actieftelling van medewerkers van de afdeling Sociale Zaken. In juni 2015 werd in de media bekend gemaakt dat er vier medewerkers van Sociale Zaken strafontslag kregen. Dit is de zwaarst mogelijke aantijging binnen de ambtelijke wereld. Vervolgens werd het stil vanuit het college; de raad werd niet meer over deze casus geïnformeerd.

Tijdens de extra raadsvergadering over de bestuurscrisis heeft toenmalig wethouder P & O (Van Vlaanderen) in zijn toespraak de raad opgeroepen onderzoek te doen naar de problematiek rondom de op non-actiefstelling van de medewerkers van de afdeling Sociale Zaken in 2015. Uit ons onderzoek is naar voren gekomen dat de wethouders Nijhuis en Prent en de gemeentesecretaris vanaf medio 2015 zich bezig hebben gehouden met de procesgang en onderzoeken hebben laten verrichten. Tot op heden hebben wij echter geen informatie meer ontvangen over deze casus. Vragen van onze fractie in de commissie in het voorjaar van 2017 werden net zoals bij de andere casus door het college niet beantwoord en ontweken. Uit ons onderzoek blijkt verder dat van de 4 medewerkers die naar huis zijn gestuurd, er in ieder geval 1 medewerker onterecht naar huis is gestuurd. Deze medewerker is later gewoon meegegaan naar Hengelo. Er zijn dus momenteel nog 3 medewerkers waarvoor de gemeente de nodige kosten moet maken. Deze medewerkers zijn niet meegegaan in de business case Sociale Zaken Hengelo-Borne. De op non-actief gestelde medewerkers hebben in 2015 strafontslag aangezegd gekregen, echter is tot de dag van vandaag dit strafontslag niet geëffectueerd en verkeren de medewerkers nog steeds in ongewis over de stand van zaken en het vervolg. Eén van deze medewerkers is deels gedetacheerd, de andere twee medewerkers zitten thuis met behoud van volledig salaris. Wij zijn op basis van ons onderzoek tot de constatering gekomen dat op korte termijn er geen nadere actie valt te verwachten van de gemeente. En daarmee is er sinds juni 2015 niets veranderd in de situatie van de medewerkers van de afdeling Sociale Zaken. De op non-actief gestelde medewerkers worden volledig doorbetaald op kosten van de gemeenschap van Haaksbergen.

Verder is uit ons onderzoek naar voren gekomen dat het bureau Langhenkel in het najaar van 2016 een onderzoek heeft uitgevoerd naar de cliëntdossiers waaruit naar voren is gekomen dat de zwaarte van de beschuldigingen jegens de medewerkers sociale zaken niet te handhaven vallen. Het bureau Langhenkel constateert dat de medewerkers ten onrechte op non-actief zijn gesteld. Ook dit rapport is in 2016 niet inhoudelijk aan de orde geweest in het college. Dit roept de volgende vragen op: Wie heeft opdracht gegeven voor dit onderzoek? En waarom is de uitkomst van dit onderzoek niet aan het college voorgelegd? Ook is tot op heden de gemeenteraad van Haaksbergen niet geïnformeerd over dit onderzoek en de bevindingen daarvan en is de gemeenteraad ook niet geïnformeerd over de kosten van het op non-actief stellen van de medewerkers van de afdeling Sociale Zaken. Tot nu toe zijn in ieder geval al de volgende minimale kosten gemaakt:

Salariskosten op non-actiefstelling (3 medewerkers; 2 jaar en 2 maanden) € 370.000
Aanvullend bedrag detachering (1 medewerker) € 15.000
Vervangende interim-medewerkers (3 medewerkers; 2 jaar en 2 maanden) € 250.000

Totale minimale kosten € 635.000

Deze minimale kosten zijn nog exclusief eventuele bijkomende kosten voortvloeiend uit bijvoorbeeld juridische kosten en de totale kosten voor inhuur van de herstelacties. De totale kosten voor inhuur van de herstelacties zijn € 946.000,-. Indien er door de gemeente geen actie wordt ondernomen, lopen de kosten nog verder op. Op basis van bronnen die wij hebben geraadpleegd tijdens ons onderzoek kan worden gesteld dat het niet waarschijnlijk lijkt dat de gemeente op korte termijn actie zal ondernemen.

4. Conclusie
Al met al kan worden geconcludeerd dat er al minimaal € 776.000 aan kosten zijn gemaakt in beide casussen. In feite heeft de casus Sociale Zaken nog meer kosten met zich meegebracht, omdat de totale kosten voor inhuur van de herstelacties € 946.000,- bedragen. Op basis van ons onderzoek kan worden geconcludeerd dat het niet beperkt zal blijven tot de minimale totale kosten van nu al € 1,7 miljoen die nu al voor beide casussen zijn gemaakt, maar dat dit bedrag nog wel eens veel hoger uit zou kunnen gaan komen. Er is tot op heden namelijk nog niets in de situatie gewijzigd. Het gaat hier om gemeenschapsgeld en wij vinden het dan ook uitermate kwalijk dat de raad niet over de te maken kosten, de stand van zaken en de procesgang in beide casussen is geïnformeerd. Op basis van ons onderzoek constateren wij dat de raad door het college onvoldoende in de gelegenheid is gesteld om haar controlerende en budgetterende taak naar behoren uit te kunnen voeren. Daarnaast vinden wij het als fractie onacceptabel dat er al minimaal € 1,7 miljoen aan gemeenschapsgeld is uitgegeven, onder meer door onzorgvuldig, en het niet tijdig en adequaat handelen vanuit het college en het versturen van stukken richting de rechtbank met een twijfelachtige status. Richting de ambtelijke organisatie werd echter op 28 november 2016 door de gemeentesecretaris wel gecommuniceerd dat er zorgvuldig werd gehandeld. De realiteit bleek echter anders te zijn.
Ons onderzoek heeft een deel van de structurele problematiek in de ambtelijke organisatie van de gemeente Haaksbergen blootgelegd. Onze bevindingen sluiten aan bij de constateringen die de rekenkamer Haaksbergen in 2014 heeft gedaan in haar rapport ‘Ritmestoornissen in de Haaksbergse gemeentelijke organisatie'. De Rekenkamer heeft toen geconstateerd dat er in de gemeente Haaksbergen sprake is van een angst- en afrekencultuur. Deze constateringen zijn ook in 2017 nog steeds van toepassing.

Op basis van dit onderzoek wil onze fractie een initiatiefvoorstel voorleggen aan de raad om op zorgvuldige en transparante wijze onderzoek te doen naar de procesgang met betrekking tot de non-actief stelling van de medewerker P & O en de medewerkers van de afdeling Sociale Zaken. Belangrijk is om inzichtelijk te krijgen welke feitelijke gebeurtenissen er hebben plaatsgevonden. Wanneer welke besluiten zijn genomen, door wie en wanneer en wie er op de hoogte was van de te maken kosten?
Wij hopen met dit onderzoek verdere kosten in beide procedures, maar ook in vergelijkbare procedures, te kunnen voorkomen. Het is naar de mening van onze fractie niet acceptabel dat er op deze wijze wordt omgesprongen met gemeenschapsgeld. Zeker niet wanneer er sprake is van onzorgvuldig en niet tijdig handelen vanuit het college. Om de raad in de gelegenheid te stellen haar controlerende en budgetterende taak naar behoren te kunnen uitvoeren zou het niet meer dan gerechtvaardigd zijn om een transparant onderzoek uit te voeren, waarbij hoor- en wederhoor wordt toegepast. Als fractie vinden wij dat het zaak is om op korte termijn een raadsbreed onderzoek in te stellen. Uitstel zorgt er namelijk voor dat de kosten verder oplopen en verder vinden wij ook dat een nieuwe gemeenteraad een frisse start moet kunnen maken en niet moet worden geconfronteerd met dergelijke problematiek uit het verleden. Het is al kwalijk genoeg dat er nu al in totaal 1,7 miljoen aan kosten is gemaakt. Het kan niet zo zijn dat aan de ene kant wordt bezuinigd op subsidies van verenigingen en maatschappelijke organisaties, de omvang van de gemeentelijke organisatie en de belastingen van burgers worden verhoogd terwijl het geld er aan de andere kant weer net zo hard uitstroomt. Dat is als dweilen met de kraan open. In maart 2018 zijn er opnieuw gemeenteraadsverkiezingen. Wij vinden dat de huidige politieke partijen, gezien de in deze periode doorgevoerde belastingverhogingen, bezuinigingen op subsidies verengingen en maatschappelijke organisatie en de verkleining van omvang van de gemeentelijke organisatie - als gevolg van het gevoerde financiële wanbeleid – verantwoordelijkheid moeten nemen en een onderzoek moeten gaan doen. Doen zij dat niet dan komt de geloofwaardigheid van de raad als geheel en van de politieke partijen afzonderlijk in het geding. Een onderzoek en snelle concrete acties zijn hier meer dan gerechtvaardigd.

Wij danken u hartelijk voor uw aandacht. Wij stellen u nu graag in de gelegenheid om vragen te stellen naar aanleiding van ons onderzoek.

‹ Terug naar nieuws headlines overzicht